Vandaag is dé dag. Mijn vrijwel lege kledingkast wordt gevuld met perfect passende zomerkleding. Ik ga inslaan met een Personal Shopper. Een kwartier te vroeg loop ik heen en weer langs de nog gesloten winkels. Opeens gaat mijn telefoon. Akke Marije: ‘Ik kom er aan.’ Ik haast me naar de afgesproken plek en zie haar staan. Met haar hooggehakte laarsjes, ivoorkleurig leren jasje en strakke grijze spijkerbroek ziet ze er uit alsof ze zo van een catwalk in ontsnapt.
We drinken een kop koffie, nemen mijn verlanglijst door en dan gaan we op kledingjacht. Het is even zoeken naar broeken waarin mijn dijen niet klem zitten, maar een half uur later ben ik in het bezit van een echte ‘kontcorrigerende’ stoere spijkerbroek en een strak ogend achterwerk. Getailleerde T-shirts blijken dit jaar zeldzaam. In maar een enkel shirt komen mijn wat vollere vormen en mijn echt wel slanke taille tot hun recht. Tuniekjes zijn er genoeg: lange floddergevallen, doorzichtige veelkleurig muggengaas, gewaden met kleurencombinaties die me aan carnaval doen denken. Gelukkig zijn er volop mooie truitjes. Enkele winkels verder sleep ik al met een flink aantal tassen.
De reacties van het winkelpersoneel zijn het bestuderen waard. Er hobbelt natuurlijk niet iedere dag iemand achter een Personal Shopper hun winkeltje binnen. Ik pas een witte broek, met daarop een truitje dat nauw aansluit. Kritisch bekijk ik mijn spiegelbeeld. De broek zit zo strak dat er, zelfs met ingehouden adem, een bol buikje bovenuit puilt. Het truitje accentueert de genante veltrol. Akke Marije snuffelt tussen de rekken naar nog meer moois waar ik me in kan hijsen.
Een jong winkelmeisje grijpt haar kans en stuift op mij af. ‘Staat u prima,’ zegt ze overdreven positief. ‘U moet alleen dat truitje niet zo ver naar beneden trekken.’ Ze frommelt wat aan het kledingstuk en doet een stap achteruit. Ze knikt goedkeurend. ‘Zo kleedt het mooi af.’ Er klinkt snel naderend getik van hoge hakken. Dan staat Akke Marije achter me. Haar blik glijdt keurend langs de kleding. ‘Nee, hier ben ik niet zo van gecharmeerd,’ zegt ze. Het winkelmeisje valt uit haar rol van perfecte verkoopster en zegt: ‘Die broek zit te stak, zo zie je al die vetkwabbetjes.’ Akke Marije kijkt haar ontstelt aan en ik schiet in de lach als het meisje zich met een rood hoofd uit de voeten maakt. Dat de broek een maatje groter moet is een feit.
Later die middag stappen we een keurig klein winkeltje binnen om een setje te passen dat op een paspop hangt. De slonzig ogende eigenaresse komt tot twee keer toe met het verkeerde kledingstuk aanzetten. Akke Marije plukt ondertussen aan allerlei tuniekjes en shirts die netjes in de kasten liggen. Ze woelt een keurig stapeltje kleding overhoop, op zoek naar de juiste maat. De winkeljuf zegt op onvriendelijke toon: ‘Alles hangt ook op de rekken mevrouw.’
‘Daar hangen niet alle maten,’ antwoordt Akke Marije rap. Ik grinnik achter het gordijn van het benauwde pashokje, waar ik wat flodderig materiaal aantrek. Verwachtingsvol kijk ik in de spiegel. Mijn glimlach verschrompelt. Ik zie er uit als zes maanden zwanger. De eigenaresse probeert nog een mooi verkoopspraatje, maar het gezicht van mijn Personal Shopper spreekt boekdelen. We verlaten het winkeltje met spoed. Buiten kijken we elkaar aan en schieten in de lach.
‘Alleen nog een sigaret in haar mondhoek en ze was het helemaal’, grijnst Akke Marije.
Om toch nog een paar T-shirts en bloesjes te scoren, gaan we door met winkelen ook al is de afgesproken eindtijd allang verstreken.
‘Het moet wel af’, zegt Akke Marije serieus. Kwart voor drie lopen we de laatste winkel uit. Tevreden zeul ik met volle tassen. Niets ontbreekt. Ik heb zelfs schoenen met hakjes waarop ik me waardig kan voortbewegen.
‘Ik zou wel elk jaar een of twee keer met je willen winkelen,’ zucht ik. ‘Helaas heb ik geen erfenis in het vooruitzicht.’
‘Dat begrijp ik helemaal,’ antwoordt Akke Marije. ‘Wie weet zien we elkaar toch nog eens.’
We nemen afscheid en ik kijk haar na tot ze om de hoek verdwijnt.
Twee weken later ben ik vol goede moed voor het eerst zelf gaan winkelen. Met alle tips van Akke Marije in mijn achterhoofd, heb ik kledingstuk voor kledingstuk gekeurd. Uiteindelijk duik ik met een kleine stapel kledingstukken een kleedhokje in. Twee setjes vallen direct af als ik mezelf in de spiegel bekijk. Het derde setje is het helemaal. Mijn hart maakt een sprongetje van blijdschap als ik besef dat ik voortaan zelf in staat ben om te zien wat mij goed staat. Bovendien liep er in die winkel een goede verkoopster rond, die mij, zonder dat ik mijn voorkeur voor een van de setjes had laten blijken, feilloos kon vertellen waarom het een wel stond en het ander niet. We waren het volkomen met elkaar eens.